Soms zit je ongewild op de eerste rij. Gisteravond heb ik een man zien doodrijden op de A12. Het ene moment trapte hij enigzins onverschillig op zijn stalen rad, het andere moment lag hij roerloos in een plas bloed. Dood.

Dat ging ongeveer als volgt. Ik rij mee met een collega, tot we op de A12 ter hoogte van Londerzeel plots een gezette man op vrouwenfiets op de pechstrook zien opduiken. Aanvankelijk rijdt hij nog aan de goeie kant van de volle witte lijn, maar een paar seconden later gaat hij gewoon op de rechter rijstrook rijden. We schreeuwen onze verbazing uit, want laat ons nu net ook op die rechter rijstrook rijden. Onze woorden zijn amper koud, of daar komt zijn volgende stunt al aan. Plots besluit hij de A12 in volle avondspits over te steken. Op zijn dooie gemakje -ongewilde woordspeling!- en vooral zonder omkijken. Het volgende moment, een kwestie van miliseconden, wordt hij gegrepen door een auto. We zien de man met fiets zowat 20 meter hoog de lucht in zweven, om uiteindelijk als een zak aardappelen op de linker rijstrook neer te ploffen. Geen beweging meer. Tien meter verder ligt een schoen. Nog tien meter verder ligt iets wat ooit op een fiets leek. Nog tien meter verder ligt een rugzak. Alle verkeer staat stil. We stappen uit, en zien een andere automobilist het lichaam omdraaien en hartmassage geven. Vergeefse moeite. We bellen de politie. De hulpdiensten zijn er eerder. Veel werk hebben ze niet.

De vrouw die de man had aangereden -een jaar of dertig schat ik ze- was volledig van de kaart. Ze was net weer beginnen werken na drie weken ziekteverlof omwille van een longontsteking. Je zal het maar meemaken. Als getuige stellen we haar gerust dat er geen ontwijken aan was. Het baat niet echt.

Wat bezielde de man? Wellicht een glas te veel, aangezien hij niet echt recht reed. Of zelfmoord. Of beide. Wat maakt het uit. Een mensenleven stelt niet veel voor.